Montage handleiding

     

    Onderdelen schutting

    1. Palen

    2. Onderplaten

    3. Schermen

    4. Bevestigingsmateriaal

    5. Afdeklat (optioneel)

    6. Betonmortel (optioneel)

     

    Benodigd gereedschap voor schutting

    1. Metselkoord

    2. Waterpas

    3. Slijptol om de onderplaat evt. op maat te maken (diameter 230 met diamantschijf aanbevolen)

    4. Spade/schep, dubbele spade/putschep/grondboor[1]

    Dubbele spade, putschep of grondboor is te huren bij onder andere Boels.

    1. Schroefmachine met schroefbits PZ of TX

    2. Klopboormachine met boordiameter 8 en 10 mm (niet altijd benodigd, alleen bij het bevestigen tegen een muur, wanneer de schutting een sprong maakt in hoogte of in geval van poorten)

    3. Cirkelzaagmachine

    4. Handzaag

    5. Laser (optioneel)

    6. Kruiskopschroevendraaier

    7. Rubber hamer

    8. Stootijzer

    Onderdelen poort

    1. Poort compleet, slot hendel etc.

    2. Kozijnhout

    3. Aanslag

    4. Slagpluggen of schroeven 140 mm

    5. Schroeven 5x50 + 3,5x30

    Benodigd gereedschap voor poort

    1. Schroefmachine

    2. Boormachine

    3. Speedboor (of vleugelboor) 22 mm

    4. Houtboor 10 mm

    5. Klopboormachine met steenboor 8 (voor slagpluggen)

    6. Steeksleutel 22 mm of verstelbare sleutel

     

    Het plaatsen van een schutting en waar je op moet letten

     

    1. Stel vast waar de schutting moet komen te staan. Meet dit uit en bepaal de hoogte. Doe dit met behulp van een lijn of wanneer mogelijk een laser. Op deze manier is er een duidelijk beeld van hoe en waar de schutting komt te staan.

     

    Let op bij het uitzetten van de lijn: vanaf het hart van de erfscheiding of lijn 5 centimeter ernaast het metselkoord spannen in het geval van een 10x10 paal. Dan komt het hart van de schutting netjes op het hart van de lijn.

    Het metselkoord is de hartlijn maar ook de hoogtelijn. Houdt rekening met een eventueel hoogteverschil in de tuin voor het bepalen van de hoogte van het koord.

     

    1. Wanneer de lijn staat moeten we nu eerst nog bepalen of er sprake is van een passtuk, en waar dat moet komen. De palen zijn 10x10 cm, en een schuttingscherm is standaard 180 cm, zodat de schuttinglengte een veelvoud van 1,9 meter krijgt. In de meeste gevallen komt dat niet overeen met de benodigde lengte, en is er dus sprake van een passtuk.

     

    1. Als een passtuk al dan niet is bepaald kan de eerste paal worden ingegraven. Vanaf dat punt kun je de grond tot de volgende paal uitgraven voor de onderplaat. Leg de onderplaat waterpas en zorg dat deze evenwijdig met het metselkoord loopt. Een paal moet 70 centimeter de grond in dus de diepte vanaf de onderkant van het gat tot de bovenkant van de onderplaat moet ongeveer 92-94 centimeter zijn. Het is beter niet te veel grond weg te halen om te voorkomen dat het opeens te diep is.

    In deze handleiding zijn we uitgegaan van een onderplaat met een hoogte van 26 centimeter, bij onderplaten van 36 of dubbele onderplaten zijn de maten 102-104 cm resp. 138-140 cm.


     

    Hoogteverschil in de tuin:

    Graaf het gedeelte waar de schutting komt te staan uit. De onderplaat moet in de grond staan maar het hout mag geen grond raken. Het makkelijkste is om op het laagste punt van de tuin te beginnen. Plaats daar de onderplaat 3 tot 5 centimeter in de grond en werk vanaf daar ‘waterpas’ naar het hogere gedeelte. Als er een sprong moet worden gemaakt i.v.m. de hoogte kan dat door een hoekje uit de onderplaat te zagen/slijpen. Zie de afbeelding hiernaast. Indien er geen hoogteverschil in de tuin aanwezig is, is dit niet van toepassing en kan er gewoon gewerkt worden vanaf een punt naar keuze. Let op: wanneer er een hoogteverschil is en de schutting verspringt meer dan 8 cm in hoogte moeten er nieuwe gaten worden geboord in de palen omdat anders het L-beslag niet meer goed op de dwarsplanken in de schermen uitkomt.


     

    Bij (zachte) kleigrond, hoog grondwaterpeil:

    Aanbevolen om een stuk van een tegel onderin het gat te leggen om verzakken van de paal zoveel mogelijk tegen te gaan.


    Passtuk maken:

    Wanneer een onderplaat ingekort moet worden omdat een passtuk moet worden gemaakt moet een zijde ingekort worden. De onderplaat valt aan beide zijden 2 cm in de paal. De plaat moet dus in totaal 4 cm langer zijn dan de maat tussen de palen. Het uiteinde van de plaat is aan beide zijden over de hoogte van de plaat en 2 cm lengte iets smaller gemaakt (verjongt) tot 38 mm  om in de paalsleuf te passen.

    De paszijde van de betonplaat moet dus opnieuw worden verjongt om in de sleuf te passen. Dit kan met een slijptol met steenschijf worden gedaan. Bij antraciet onderplaten raakt de coating daar dan weg. Met een spuitbus antraciet verf is dat bij te werken, zo blijft het er strak  uitzien.

    Indien gewenst kunt u ook antraciet coating mee bestellen om de slijpvlakken weer bij te werken.


    Extra info over platen

    Als we te maken hebben met 2 motief platen op elkaar: 1e onderplaat iets te hoog zetten, als de 2e plaat erop komt zakt deze makkelijk. (Omhoog brengen is lastiger).

    Bij dubbelzijdige motiefplaten laat je het motief doorlopen. Let er dus op hoe je de platen in de paal zet, anders ontstaat een ‘wildverband’.

    Verlengde plaat (220 cm lang): Let op niet plat vervoeren altijd rechtstaand. Deze platen zijn kwetsbaarder als een gewone plaat.


     

    1. Palen plaatsen:

    Het plaatsen van palen. Als het gat gegraven is laat je de paal in het gat zakken. Zorg dat je de zijkanten van het gat niet raakt anders kan deze instorten. Als de onderplaat evenwijdig met de draad ligt zou je de paal in een keer bijna goed erin moeten kunnen plaatsen. Stamp met de paal totdat de onderkant van de sponning en de onderkant van de onderplaat gelijk zijn. Stel de paal aan 2 zijden waterpas (aan de lijn en richting onderplaat). Met een stootijzer kun je de paal eenvoudig op zijn plek wrikken. Als de paal staat controleer je de hoogte van de onderplaat en of de onderplaat nog onderin de sponning zit. Als dit niet precies overeenkomt dan komen de schermen niet even hoog wat een rommelig geheel geeft.

    Doe eerst een beetje zand in het gat en daarna pas de beton, dan staat de paal stabieler. De betonmortel gaat droog het gat in. Een andere mogelijkheid is als volgt: een steen of (gedeelte van) een tegel onder de paal in het gat leggen. Hierdoor staat deze stevig en verzakt niet meer.

    Sponningen:

    Bij palen met een sponning van 74 cm hoog zit het gat niet in het midden van de palen. Draai de palen dus allemaal hetzelfde zodat de gaten op dezelfde lijn zitten en de schermen dus ook in 1 lijn, anders ontstaat van boven gezien een zig-zag lijn in de schutting.

    De palen met sponning 37cm zijn ‘combi-palen’, plaat 26 cm hoog en 36 cm hoog passen er allebei in. Let op dat soms in de sponning een stukje beton zit op een hoogt van 10 cm. Dit kan aan beide zijdes ingeslepen worden en daarna met een hamertje uit de sponning worden getikt.

    Toogschermen:

    Als een toogscherm geplaatst wordt met een onderplaat 26 cm hoog, dan moet er een betonblokje van 10cm aan beide zijden in de sponning onder de plaat worden geplaatst. Dit is omdat de toogschermen uit een standaardscherm van 180 cm hoog worden gemaakt. Op deze manier komt de lage zijde van de toog toch netjes op de juiste hoogte van de paal-kop.

    Dit ziet er als volgt uit:

     

    1. Poortkozijn:

    Een poortkozijn wordt normaalgesproken bevestigd aan twee betonpalen.

    Als de staanders of zijposten van het kozijn 202 cm lang zijn, schroef je de bovendorpel er boven op. Voorbeeld: bij een poort van 100cm breed moet de bovendorpel 110 cm lang zijn. Als het kozijn tussen de palen komt gebruik je de standaard gaten in de betonpaal: neem een rvs-beugel van de setjes L-beslag, hier een schroef 6x140 door en schroef het kozijn op de juiste hoogte vast met behulp van slag plug middenin voor extra versteviging.

    Let op: de onderkant van het kozijn wordt ook de onderkant van de poort.

    Controleer goed of de tussenruimte tussen de zijdorpels boven en onder hetzelfde is anders kan het zijn dat de poort niet past en gaat klemmen.

     

    1. Beugels monteren:

    Wanneer alle palen en onderplaten staan kunnen de beugels gemonteerd worden. Zorg ervoor dat alle beugels dezelfde kant op zitten en dat ze goed vast zitten. Als dit niet goed gebeurd gaan de schermen na verloop van tijd klapperen.

     

    1. Schermen monteren:

    In een verticaal scherm zijn 2 dwarsliggers gemonteerd, de tussenligger die helemaal aan het uiteinde van de planken is gemonteerd is de bovenzijde van het scherm. Daarmee is er meteen voldoende materiaal (‘houvast’) om later de afdeklatten vast te schroeven.

    LET OP: de beugels dienen op de dwarsliggers van de schermen te komen. Op die manier gaat de schroef eerst door de dwarsligger en dan door een schermplank zodat meer stevigheid verkregen wordt.

    Bij horizontale schermen kan dat betekenen dat je een schermplank moet loshalen om de beugel eerst te kunnen schroeven. Dat is een gevolg van de keuze voor horizontaal.

    Nu kunnen de schermen geplaatst worden, controleer goed de hoogte van de schermen, of alles in een lijn staat. Met een rubberhamer kunnen ze eventueel met een tikje op de juiste hoogte gezet worden. De schermen dienen op de betonplaat te rusten en niet vrijgehouden worden.

    LET OP: een rvs-schroef is aanzienlijk zachter dan een gegalvaniseerde schroef. Ga er voorzichtig en rustig mee om, anders zijn de schroefkopjes snel ‘dolgedraaid’.

     

    1. Poort monteren:

    Zodra de palen, onderplaten en schermen staan kan de poort gemonteerd worden.

      1. Leg een steen onder het kozijn, zet de poort erop en zet de onderkant van de poort en onderkant van het kozijn gelijk.

      2. Monteer de ogen in de poort, draai deze ook vast (anders kan de hoogte afwijken.)

      3. Steek de duim door het oog en schroef deze vast aan het kozijn.

      4. Controleer of de palen nog waterpas staan (als dit niet het geval is dan sluit de poort niet goed aan op het kozijn.

      5. Met sleutel 22 of een verstelbare moersleutel stel je de poort af in het kozijn. Zorg dat de naden in de sponning allemaal gelijklopen met het kozijn.

      6. Het slot: de schieter kan omgedraaid worden als dit nodig is om de poort te sluiten.

      7. Teken het slot af (klink en cilinder) en boor de 3 gaten door met speedboor 22

      8. Schroef het slot in de poort en monteer de cilinder erin, deze schroef je vast met de bijgeleverde bout.

      9. Let op! Zorg dat de cilinder recht in de poort zit en test ook goed of het slot gemakkelijk open en dicht kan.

      10. Als de klink en de slotplaat gemonteerd zijn  kan de sluitplaat op het kozijn gemonteerd worden. Teken deze af en schroef met 1 schroefje vast. Controleer de hoogte door de poort te passen en teken de slotgaten af. Nu het plaatje niet los schroeven maar draai hem weg. Nu met een houtboor 10 mm de slotgaten inboren en met een houtbeitel de restanten hout verwijderen zodat een mooi slotgat ontstaat. Als alles klopt kan de slotplaat afgeschroefd worden en kan de aanslaglat gemonteerd worden.

     

    1. Als de schermen en poorten hangen alle palen controleren met een waterpas.

     

    1. Vervolgens de koplatten erop schroeven met schroef 4x60.

     

    1. Nu eventueel nog zand aanvullen bij de palen.

     


    [1] Let op bij het gebruik van een motorboor voor kabels en leidingen in de grond. In een voortuin is het gebruik van een motorboor in verband hiermee niet wenselijk.

    Mega-Schutting is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van de in deze handleiding gevolgde werkwijze.